Om uw bezoek aan onze website te optimaliseren, gebruiken wij cookies. Door verder te gaan, stemt u daarmee in. Lees meer over het gebruik van cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close

ontmoeting

De donut economie

Kate Raworth ontwerpt een economie voor de 21ste eeuw

Kate Raworth ontwerpt een economie voor de 21ste eeuw

Voor wie echt begaan is met duurzame ontwikkeling, blijft het een voortdurende uitdaging. Hoe kan je in één model de ecologische en sociale uitdaging samen behandelen? Kan je dat in één beeld presenteren dat blijft hangen? De Britse Kate Raworth doet het met haar donut model.

Tekst: Dirk Holemans

 

Ja, dat rond zoet broodje dat je bij de bakker koopt. Hierbij staat de buitenring voor het planetaire plafond, de ecologische grenzen die we niet mogen overschrijven wil de aarde een leefbare plek blijven. De binnenste ring staat voor de sociale fundamenten waar we niet onder mogen gaan, anders komen de grondrechten van groepen in het gedrang. De toekomst zit binnen die twee ringen, de veilige en rechtvaardige ruimte om onze mensheid verder te ontwikkelen.

 

Het is geen toeval dat Raworth op de proppen komt met een nieuw model. Ze ontdekt al tijdens haar studies economie dat de standaardaannames die professoren doceren totaal verouderd zijn. De samenleving als een machine denken, het milieu als iets bijkomstig, het klopt allemaal niet. Afgestudeerd kiest ze voor concrete economische uitdagingen door in Zanzibar samen te werken met vrouwen die microbedrijven opstarten terwijl ze kinderen opvoeden zonder stromend water, elektriciteit of een school in de omgeving. Daarop werkt ze vier jaar bij het team van de Verenigde Naties dat het jaarlijkse Human Development Report schrijft. Vervolgens werkt ze tien jaar bij Oxfam, waar ze over heel de wereld ziet hoe de dominante economie leidt tot slechte arbeidsvoorwaarden en de klimaatopwarming voor steeds meer mensen een humaan leven onmogelijk maakt.

Door al die ervaringen beseft ze dat ze niet kan weglopen van economisch denken. Sterker, ze besluit een nieuw model te ontwikkelen. Wat als een economische theorie vertrekt van de lange-termijndoelstellingen van de mensheid? Ze maakt een aantal schema’s en komt zo in 2011 tot haar donut model. Ze gaat werken aan de Universiteit van Oxford waar ze de tijd vindt om alles uit te schrijven in haar boek Doughnut Economics. Een klepper van een boek. Toegankelijk geschreven, slim opgebouwd en vol concrete voorbeelden.

 

Uw model bestaat ondertussen zes jaar, is er in de tijd vooruitgang geboekt?

Zeker. Ik zie de Sustainable Development Goals (SDG’s) als een van de belangrijke realisaties. Ze zijn een pak ambitieuzer dan hun voorlopers, de Millennial Goals. Ze gaan ook over de systemen die het leven op aarde ondersteunen en zijn gericht op alle landen in de wereld, niet alleen die in het Zuiden. De SDG’s zijn dus een positieve ontwikkeling maar ik vind dat je door het plafond van je verbeelding moet kunnen breken. De cruciale vraag is of we systemen kunnen ontwerpen die de zaken beter maken dan dat ze zijn. Hier ligt voor mij het echte ambitieniveau: activiteiten ontwikkelen die van bij het ontwerp distributief en generatief zijn.

 

“De 21ste eeuw gaat niet langer over de verdeling maar over het delen van de bronnen van rijkdom van bij de start.”

Kate Raworth

 

Wat bedoel je meer precies met die uitdaging van ‘distributive by design’?

Meestal praten we over herverdeling van de waarde die eerst toekomt aan een kleine groep. Dat is de kern van het model van de 20Ste eeuw: de herverdeling achteraf van inkomsten door onder meer progressieve belastingen en andere voorzieningen. Dat betekent dat bepaalde groepen die herverdeling steeds opnieuw in vraag kunnen stellen. Distributief als concept van de 21ste eeuw betekent dat je er bewust voor kiest om activiteiten zo te ontwerpen dat ze van bij aanvang de waarde delen, in plaats van die achteraf proberen te herverdelen.

Distributive by design start bij de vraag: wie bezit de rijkdom? De 21ste eeuw gaat niet langer over de verdeling maar over het delen van bij de start van de bronnen van rijkdom. En dan praten we niet alleen over geld, maar ook over grond, over bedrijven, over het vermogen om geld te creëren. Hoe zit het met het eigenaarschap van technologie, wie zal eigenaar zijn van de robots? Hoe gaan we om met kennis? Is het niet logisch dat innovatieve ideeën die voortvloeien uit onderzoek gefinancierd door publieke middelen voor iedereen toegankelijk zijn?

De kern van de uitdaging is dus om opnieuw uit te vinden hoe we waarde creëren in onze economie en die van bij de start te delen. Dat kan je doen door andere vormen van eigenaarschap van bedrijven, denk aan bedrijven in handen van werknemers of aan coöperaties. Of door die doelstelling in de statuten van het bedrijf verankeren. Een andere manier om het delen van waarde in het design te steken is door ideeën niet te betonneren in patenten maar ze vrij te laten circuleren in commons. Zo gaan ze voortdurend rond in de gemeenschap en kunnen onderzoekgemeenschappen over heel de wereld ze gebruiken en verder ontwikkelen. Nog een manier is werken met lokale munten die nieuwe initiatieven met elkaar verbinden en versterken.

 

U wil niet alleen dat de economie van bij het begin waarde deelt, maar ook generatief is?

Ja, we vinden het blijkbaar normaal dat een bedrijf focust op de realisatie van slechts één soort waarde -financiële winst- en die ook voor zichzelf en haar aandeelhouders houdt. Dat is de 20ste eeuwse mentaliteit: hoeveel geld kan ik ergens uithalen? Je kan dat omschrijven als een extractieve economie, roofbouw die waardevolle zaken ontneemt aan een gemeenschap.

Het generatieve model van de 21ste eeuw vertrekt van de vraag: hoeveel vormen van waarde kan ik in het ontwerp van mijn bedrijf steken zodat ik waarde kan teruggeven aan de gemeenschap en het leefmilieu? Ik ontmoet steeds meer ondernemers, ontwerpers,  urbanisten, enz., die zo gedreven zijn door deze nieuwe mentaliteit dat hun ogen ervan gaan twinkelen. Als sociaal ondernemer willen ze waarde creëren die terugvloeit naar de gemeenschap, vormen van waarde die ze breder kunnen delen. Waarom zou je als bedrijf enkel streven naar het voorkomen van negatieve milieu-impact als je ook een positieve bijdrage kan leveren? Dus in plaats van de uitstoot van broeikasgassen te beperken, wek je hernieuwbare energie op en deelt die in je omgeving. Hetzelfde vindt je op het sociale domein, waarbij bedrijven actief bijdragen tot het welzijn van de buurt of gemeente waar ze gevestigd zijn.

 

 

Wat is de hierbij de rol van de financiële sector?

Dat is natuurlijk de hamvraag. In de eerste plaats moeten we nagaan hoe we geld kunnen verzamelen op een manier van de 21ste eeuw. En dan komen we uit bij ethische banken, kapitaal met geduld, zelfs filantropie om zaken op te starten. Dit zijn allemaal belangrijke bronnen van geld want hun waarden liggen in dezelfde lijn als de ondernemingen die ze willen steunen. Binnen de bestaande geldsector van de 20Ste eeuw ligt een kans bij pensioenfondsen. Is het mogelijk om ze te herstructureren zodat ze ook de brede waaier aan waarden ondersteunen? Kunnen we het mogelijk maken dat mensen overstappen naar dergelijke ethische pensioenfondsen? Daarnaast is er natuurlijk nood aan duidelijke regelgeving. Maar mijn focus ligt in de eerste plaats op het bouwen van nieuwe vormen van financiering die passen bij het ondernemerschap van de 21ste eeuw.

Zo kom ik uit Triodos Bank, die oog heeft voor nieuwe vormen van ondernemerschap die cruciaal zijn voor de toekomst. Triodos zet bewust geld in om te werken aan positieve sociale, ecologische en culturele veranderingen. Dit is echt een voorbeeld van een bedrijf met een levendige doelstelling, gericht op distributieve en generatieve bedrijven, waarbij de waarde veel ruimer is dan de financiële winst die bij het bedrijf blijft.

 

 

Het thema van Ecopolis 2017 is Digital Together. Hoe schat u de kracht in van digitale netwerken?

We onderschatten de kracht van digitale netwerken. Ze laten toe dat burgers zich op verschillende niveaus organiseren aan een minimum van kosten. Denk aan Wikipedia, de encyclopedie van en voor burgers. Of aan Linux, het open source besturingssysteem dat organisaties over heel de wereld gebruiken. Het geeft burgers de mogelijkheid om nog veel meer hun eigen netwerken uit te bouwen.

We zitten nu in een fase met monopolies zoals die van Facebook of Amazon, maar dat hoeft niet zo te blijven. Mensen kunnen op verschillende netwerken actief zijn. We kunnen op Facebook zitten maar bijvoorbeeld ook in Oxford, de stad waar ik woon, waar een lokaal netwerk kan komen. Zo kunnen de inwoners informatie en kennis met elkaar delen over hun stad. Ik denk dus dat we een sterke stijging gaan zien van de open-kennisnetwerken, gericht naar specifieke steden en gemeenschappen. We onderschatten wat digitale netwerken kunnen betekenen voor burgers die willen samenwerken en zich verbinden.

 

De nieuwe mogelijkheden om digitaal open source te werken, leiden trouwens tot een heel nieuwe generatie van ondernemers. De meest innovatieve onder hen werken al op de grens van de markt en de commons. Je kan een klein bedrijfje zijn, maar als je je ideeën deelt in de commons heb je een mondiaal onderzoeksteam. Er ontstaan totaal nieuwe businessmodellen. Ze zijn succesvol net omdat ze open source zijn. Er is op dit ogenblik een ongelooflijke zoektocht bezig naar alternatieven en dat verklaart misschien wel de goede ontvangst van mijn boek. Meer en meer mensen zijn op zoek naar een alternatieve opvatting van wat de economie kan zijn en waarvoor ze dient.

 

ECOPOLIS FESTIVAL

Britse econoom Kate Raworth komt haar boek voorstellen op zondag 8 oktober op ECOPOLIS in Brussel. Met een inleiding door Bogdan Vanden Berghe, algemeen directeur van 11.11.11. Alle info op Ecopolis.be

Wat vindt u van "De donut economie"?

Gelieve een comment te schrijven.

Gelieve uw naam in te geven.

Patrick De Schepper 3 maanden geleden

Waar gaat de opbrengst van haar boek naartoe? Bovendien is het gebruik van het woord donut wat onnozel en naïef, vind ik.

Bettina Aps 3 maanden geleden

Het is in ieder geval een goede start en denkoefening, die echter wel tijd zal vergen om iedereen te overtuigen, zeker on het huidige politieke klimaat dat helaas niet geneigd is tot vernieuwende frisse idealen mbt de gelijke toegang voor iedereen aan alle natuurlijke rijkdommen die onze wereld biedt. Ik vind het in ieder geval hoopvol! En het woord donut is misschien wel de trigger die de vox populi kan meekrijgen als men het systeem dan ook bevattelijk kan uitleggen aan eenieder,

Chris Debruyne 3 maanden geleden

we moeten van de groei-economie af

Koen 2 maanden geleden

Richtbaken. Jammerlijke naam, maar sterk beeld ! Verder te lezen met als vragen … Misschien focussen op de kernsterkte van de ‘band’, niet op het voorkomen van het ‘springen’ van de band bij overdruk ? Het is al langer duidelijk dat de ‘trickle down’ van rijkdom uit het huidige economische model vooral als een ‘zoethouder’ werkt voor de (dominante) middenklasse die er (voorlopig nog) mee van profiteert , terwijl het de lagere middenklasse in bestaansonzekerheid dringt , en de armen arm, opgejaagd en ‘stom’ houdt. Het versterkt de ondemocratische privileges en ‘dictatuur’ van de superrijken en 1%. De grensoverschrijdende roofbouw (of eerder rooftocht) op samenleving en milieu groeit mee, en gaat voorbij aan de ecologische grenzen en de fundamenten waarop de menselijke samenleving humaan functioneert. Uitgaan van het accepteren dat er grenzen zijn (buiten- en binnengrens) vind ik een ‘vanzelfsprekende’ gedachte, die voor anderen ‘tegennatuurlijk’ zal klinken. Dus er zullen ook grenzen afgedwongen moeten worden, via goeie (economische) praktijken en juridische systemen. Intussen kan het m.i. helpen om ook op ethisch filosofisch vlak mentaal in te zetten op het denken in termen van ‘kernzoekende’ krachten. Krachten die verbindend werken en de kern van de ‘ring’, ‘band’ of donut versterken, verdichten – zonder te verstikken. Dit kan door te denken in termen van 1) solidariteit = produceren voor en met elkaar i.p.v. van voor eigen max. profijt; 2) gelijkheid – te verstaan in termen van menselijke waardigheid en juridisch-fiscale aansprakelijkheid (personen en vernootschappen); & 3) vrijheid – van geestesleven, zingeving, creativiteit e.d., i.p.v. de vrijheid toe te eigenen, te graaien of uit te buiten; dus met herdefiniëring van de prioriteiten in wat we gerechtvaardigd vinden:, cf. de mensenrechten, dierenrechten en natuurrechten/ecologie (deze drie zouden in principe onscheidbaar dienen te worden beschouwd).
HOOPGEVEND & GELOOFWAARDIG, maar vooral ook dringend ! Vanuit mijn dagelijkse praktijk met ‘gekleurde’ mensen die in armoede leven is er nood aan een ‘postkoloniaal’ systeem . Houd me op de hoogte a.u.b.