Om uw bezoek aan onze website te optimaliseren, gebruiken wij cookies. Door verder te gaan, stemt u daarmee in. Lees meer over het gebruik van cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close

anders bankieren

Impact is geen cijfer

Hoe meet je de impact van duurzame beleggingen?

Hoe meet je de impact van duurzame beleggingen?

 

Meestal wordt het beleggers gemakkelijk gemaakt impactmetingen te vergelijken, een beetje zoals we financiële resultaten vergelijken. Maar impact kan je niet reduceren tot een eenvoudig cijfer.

Impactmetingen zijn een veelbesproken onderwerp in de wereld van impactbeleggingen. De neiging bestaat om het ‘zo eenvoudig mogelijk’ te maken: een paar statistieken moeten het de belegger gemakkelijk maken om impact te vergelijken op dezelfde manier als ze financiële resultaten vergelijken.

Maar bottom-line financiële resultaten vertellen nooit het hele verhaal en evenmin kunnen we impactmetingen reduceren tot een simplistisch – en onvolledig – plaatje.

Een succesverhaal met weerhaken

De financiële sector is geobsedeerd door cijfers, percentages en indicatoren die moeten dienen om de complexiteit van de financiële en economische wereld te vatten in een paar statistieken. Voor ons is dit een veel te simpele manier om een gecompliceerde werkelijkheid voor te stellen.

Op macro-economisch niveau bijvoorbeeld schrijven traditionele economische principes of dogma’s voor dat we groei en welvaart puur in monetaire termen uitdrukken, namelijk met het GDP (gross domestic product) of bnp, het bruto nationaal product. Dat is een eenzijdige indicator die in het beste geval een indicatie geeft van de economische groei, maar belangrijke aspecten zoals welzijn en geluk links laat liggen.

En er zijn wel meer factoren niet opgenomen in het bnp. Zo geeft het niet de echte kostprijs van productie weer. Het houdt geen rekening met milieuschade. Robert Kennedy had in 1968 al zijn bedenkingen bij het bnp: “We meten niet wat echt van tel is. Het bnp meet alles, behalve die dingen die het leven de moeite waard maken,” zo zei hij.

Op micro-economisch niveau en op het niveau van de onderneming doen we hetzelfde. Succes – of het gebrek daaraan – van een onderneming wordt nog altijd gemeten aan de hand van slechts twee aspecten: groei en financiële winst.

Impact meten van het hele verhaal

Als impactinvesteerder wil Triodos Investment Management (TIM) verandering brengen op drie niveaus: individuele organisaties, sectoren en uiteindelijk in de hele economie. We willen bijdragen aan de transformatie van ons huidig economisch systeem naar een meer duurzaam systeem waar succes niet alleen wordt gemeten in termen van financiële welvaart maar ook – of vooral – in termen van welzijn.

Wij zien de financiële wereld als transformationeel en als een manier om geld op lange termijn richting menselijk en ecologisch welzijn te sturen. Dat houdt in dat we lange-termijnrelaties opbouwen met de bedrijven in onze portefeuille en met andere stakeholders. Naast onze rol als kapitaalverstrekker willen we facilitator zijn en inspireren.

De impact die onze eerste zorg is bij al onze investeringsstrategieën gaat over de positieve effecten van onze beleggingsactiviteiten op de samenleving en het milieu. We willen die beschermen en verbeteren en streven daarbij naar een gezonde financiële return. Daarom is een kwalitatief perspectief volgens ons even belangrijk als het kwantitatieve bij meting en rapportering van impact.

Als getuigenis van onze visie en de mate waarin we in onze opzet slagen delen we verhalen. Die verhalen leveren de nodige context en achtergrond voor onze activiteiten en zetten het werk dat onze inspanningen typeert in de verf.

De kwantitatieve indicatoren vormen de andere zijde van het verhaal. Zo investeert het Triodos Organic Growth Fund lange-termijn en missiegebonden private equity in toonaangevende Europese biologische en duurzame, consumentgerichte ondernemingen. Indicatoren als ‘jaarlijkse omzet’, ‘kostprijs van verkochte goederen’ en ‘percentage biologisch aanbod’ zijn geen doelen op zich, maar aspecten die het bredere plaatje van duurzame productie en consumptie aantonen. In combinatie met de – unieke – verhalen van de verschillende ondernemingen in de portefeuille krijgen we zo een idee van de impact die we genereren via het kapitaal dat we investeren.

We vergelijken ze niet met de cijfers van vorig jaar omdat een hoger cijfer niet noodzakelijk meer impact betekent. Zo kan de financiering van een relatief kleine speler in de biologische-voedselsector met een innovatieve en baanbrekende aanpak om zijn marktaandeel te vergroten, een grotere impact hebben dan de financiering van een groter bedrijf in een rijpere markt. Gedetailleerde voorbeelden van hoe we kwalitatieve en kwantitatieve componenten meenemen in onze impactrapporten vind je terug in ons impactrapport van 2016.

Een andere kijk op rapportering

Als we ‘succes’ niet op een andere manier beginnen meten, zowel op macro- als op bedrijfsniveau, blijven we de verkeerde kant opgaan. Een dogma is per definitie halsstarrig. Toch zijn er positieve ontwikkelingen, zowel in alternatieven voor bnp als voor meer inclusieve manieren van meten en rapporteren over de financiële prestaties van een onderneming.

Zo heeft de New Economic Foundation in het Verenigd Koninkrijk het bnp vervangen door vijf indicatoren om haar inspanningen te meten: degelijke jobs, welzijn, milieu, billijkheid en gezondheid. Nog een nieuwe meetwijze is de Gross National Happiness Index, ontwikkeld in Bhutan.

Op organisatorisch niveau hangen we wel steeds minder vast aan één cijfer dat het hele verhaal moet vertellen. Dat is te merken aan bijvoorbeeld boekhoudingen op basis van ware kosten, het zogenaamde true cost accounting, waarbij alle kosten en baten worden getoond, of geïntegreerde rapportering. Het besef groeit dat een verandering in de methodes waarmee we economische groei meten nodig is.

Simplistische metingen en rapporteringen van financiële resultaten en impact zijn een illusie. Dat moeten we inzien. Eindigen doen we daarom met de woorden van Albert Einstein: “Niet alles wat meetbaar is, is van waarde en niet alles van waarde is meetbaar.”

Dit stuk verscheen op 12 september 2017 als column op de blog van Triodos Investment Management.

Auteur: Marilou van Golstein Brouwers

 

Wat vindt u van "Impact is geen cijfer"?

Gelieve een comment te schrijven.

Gelieve uw naam in te geven.

Gerard 2 jaar geleden

Churchill zei “Je hebt kleine leugen, grote leugens en statistieken” en dat geeft aan dat achter iedere rapportering een belang of bedoeling de uitkomst bepaalt. Zolang de Politiek zelf vast zit in een “wetenschappelijke en economische” rapporten fixatie bij het politiek debat wordt ze ge-Schiphold en komen ze niet toe aan gewoon gezond verstand. Het zijn maar een klein aantal bedrijven die de meeste vervuiling produceren. Sommige maatregelen zijn pijnlijk maar moeten direct worden genomen. Stop bedrijven oogluikend te subsidiëren door de kosten van vervuiling door te schuiven naar de toekomst of ten koste van het milieu te laten gaan. Stel mensen persoonlijk aansprakelijk voor de schade die ze berokkenen. Het zal ze een biet wezen dat hun bedrijf of beter gezegd hun klanten of de belastingbetaler uiteindelijk opdraaien voor de boetes en de kosten van hun crimineel gedrag. Als de politiek topbestuurders en bedrijven zelf aansprakelijk stelt voor hun afval of “bijproducten” dan is de hele problematiek opeens een stuk duidelijker. Vervuiling is niet vaag het wordt altijd door iemand veroorzaakt. Dus gewoon controle aan de poort of de achteruitgang van bedrijven. Daarnaast moeten natuurlijk gewone burgers worden aangepakt op het onnodig vervuilen van het milieu. Sommigen zijn te bedonderd om twee stappen naar een prullenbak te lopen en laten met zombieogen gewoon alles uit hun handen vallen of legen hun asbak even bij het stoplicht. Dus niet 10.000 scholen naar de nachtwacht sturen maar iedereen gewoon zijn eigen troep opruimen als normen en waarden. Dat daar niemand op is gekomen tijdens maanden en maanden overleg. Het vraagt enkel politieke moed.