Om uw bezoek aan onze website te optimaliseren, gebruiken wij cookies. Door verder te gaan, stemt u daarmee in. Lees meer over het gebruik van cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close

dossier

Olivier De Schutter

Over macht in de voedselketen

Over macht in de voedselketen

Olivier De Schutter was van 2008 tot 2014 speciaal rapporteur voor de VN over het recht op voedsel. In zijn eindrapport concludeerde hij dat de logica van ons voedselsysteem moet worden omgegooid, willen we de groeiende wereldbevolking kunnen blijven voeden binnen de grenzen van de draagkracht van de aarde. Op Ecopolis 2016 zetelde hij in het panel over chocolade samen met Mamadou Bamba en Isabelle Quirynen. De Schutter is de geknipte persoon voor een gesprek over het rechtvaardiger maken van internationale voedselketens.

Tekst Laura Bodyn

 

Ivoorkust produceert veertig procent van de cacao wereldwijd en slechts enkele machtige bedrijven kopen het grootste deel hiervan op. En dit is niet enkel zo voor de grondstof cacao. Hoe komt het dat op de globale voedselmarkt een steeds grotere machtsconcentratie ontstaat?

“Deze machtsconcentratie is inderdaad zorgelijk en op veel internationale toppen over voedselveiligheid wordt deze volledig genegeerd. Het is bijna een taboe en ik denk dat de reden hiervoor niet enkel is dat belangrijke economische belangen vaak meebepalen wat regeringen doen, maar ook dat het heel moeilijk is om macht in voedselketens te meten. Vele jaren hoopte men dat regels die de concurrentie reguleren zouden kunnen worden gebruikt om de macht van grondstofkopers tegenover producenten te breken. Deze kopers hebben de macht om lage prijzen op te leggen aan de producenten. Kleine producenten hebben meestal geen andere keuze dan via deze grote kopers te gaan en daar vindt die machtsconcentratie dus plaats. Maar autoriteiten in economische competitie zijn niet erg geneigd om daar iets aan te doen, want in hun cultuur is het doel de prijs voor consumenten zo laag mogelijk houden. Zij zullen dus altijd proberen voorkomen dat er dominantie en misbruik ontstaat tussen verkopers en consumenten. Ze zijn echter niet erg geïnteresseerd in het controleren van misbruik dat ontstaat doordat kopers een te lage prijs aan producenten betalen, omdat consumenten voordeel hebben bij deze lage prijzen. Dus door het concurrentiebeleid dat onze autoriteiten nastreven kunnen deze machtsmonopolies niet gebroken worden.”

“We zouden importeurs van niet-fair trade cacao en koffie moeten belasten, zodat ze verplicht worden de externaliteiten die ze veroorzaken bij lokale gemeenschappen te compenseren.”

Olivier De Schutter

Handelsakkoorden volgen altijd deze wetten en deze manier van concurrentie. Bedoel je dat de hele wereldmarkt gedomineerd wordt door deze wetten?

“Het is waar dat de liberalisering van handel heeft geleid tot het ontstaan van erg grote bedrijven die een dominante positie innemen, en daardoor ook steeds verder kunnen groeien. Het is als nieuwkomer heel moeilijk om in de markt te raken, zelfs als je goede, faire prijzen voorstelt aan de producenten. De positie van de dominante kopers in de markt uitdagen is dus geen sinecure. Daarom is wat coöperaties zoals Ecookim (produceert onder meer fair trade cacao) doen heel belangrijk. Enkele decennia geleden werden coöperaties vaak geleid door de staat en hadden ze een slechte reputatie. De laatste vijftien tot twintig jaar ontstonden nieuwe coöperaties die democratisch beheerd worden. Zij verzekeren dat boeren een sterkere onderhandelingspositie hebben in de voedselketen, onderwezen worden en toegang krijgen tot publieke goederen zoals opslagplaatsen, verpakkingsfaciliteiten en transport. En het belangrijkste is dat ze ervoor zorgen dat boeren een stem krijgen in het politieke systeem. Want we mogen niet vergeten dat voedselproducenten meestal arm zijn omdat ze worden gemarginaliseerd door een politiek systeem dat stedelijke elites veel meer heeft beloond dan de rest van de populatie. Coöperaties zijn dus heel belangrijk om de machtsrelatie tussen kopers, autoriteiten en producenten te mediëren.”

Deze coöperaties zijn dus volgens u effectief een politiek instrument dat kan wegen op onrechtvaardige structuren?

“Ja, we vergeten vaak het belang van democratie, transparantie en verantwoordelijkheid in voedselketens. Dit is een heel dringend probleem, kijk maar naar de concentratie die bestaat in de cacaosector, op nationaal niveau gaat het meestal om slechts één of twee dominante kopers. En als je niet via hen gaat, heb je niemand om aan te verkopen. De producenten hebben dus geen keuze, zeker wanneer de lokale markten zo onderontwikkeld zijn en er dus geen lokale afzetmarkt is voor een product. Dit is een heel moeilijke positie, waarin verantwoordelijkheid, transparantie, prijsbepaling en kwaliteit van voedsel allemaal heel belangrijke maar toch onderschatte vragen voor het in goede banen leiden van voedselketens zijn. Ik denk dat de reden hiervoor is dat economen moeilijk politieke implicaties kunnen inschatten. Macht kan je niet van grafieken aflezen. Macht zie je wanneer je praat met mensen en wanneer je ziet hoe dag na dag wordt onderhandeld over prijzen.”

Curriculum VitaeOlivier De Schutter, UN Special Rapporteur on the Right to Food
Olivier De Schutter

livier De Schutter, UN Special Rapporteur on the Right to Food Olivier De Schutter studeerde rechten aan de Université Catholique de Louvain en Harvard. Zijn doctoraat behaalde hij aan de UCL, waar hij nu hoogleraar is. Hij doceert verder aan het Europacollege en geeft gastcolleges aan de Columbia University in de VS. Zijn vakgebieden zijn internationaal recht, mensenrechten, Europees recht en rechtstheorie. Tussen 2004 en 2008 was Olivier De Schutter secretaris-generaal van de Internationale Federatie voor de Mensenrechten, van 2008 tot 2014 was hij speciaal rapporteur van de VN over het recht op voedsel.

 

 

Waarom is het zo moeilijk voor ontwikkelingslanden om afgewerkte producten op de markt te brengen en niet enkel grondstoffen te verkopen?

“Ik denk dat dat verschillende oorzaken heeft. Eén is de structuur van de importtarieven in de EU, die hoger zijn voor afgewerkte producten dan voor grondstoffen. Een tweede reden zou kunnen zijn dat het een hoge investering vereist die zelfs voor grote coöperaties moeilijk te maken is. Een derde reden kan simpelweg zijn dat bijvoorbeeld chocolade produceren en adverteren naar de consument toe competitie betekent met hele grote en gevestigde waarden in de industrie zoals Nestlé en Callebaut. Zij zien deze competitie niet graag ontstaan. De diversificatie van productie is echter heel belangrijk, en dat is een uitdaging waar ook fair trade nog voor staat.”

Wat moet er daarvoor gebeuren? Moeten handelsverdragen aangepast worden? En moeten er daarnaast ook andere criteria worden meegenomen?

“Op dit moment zijn de winnaars van globale competitie diegenen die aan de laagste prijs produceren, dat is heel simpel. Het is eigenlijk echt verbazingwekkend dat fair trade praktijken, die een minimumprijs garanderen aan producenten en die investeren in publieke voorzieningen, daar niet voor beloond worden in de manier waarop de EU tarieven bepaalt. Dus blijft het een nichemarkt, enkel bestemd voor de consumenten die het zich kunnen veroorloven. We zouden importeurs van niet-fair trade cacao en koffie moeten belasten, zodat ze verplicht worden de externaliteiten die ze veroorzaken bij lokale gemeenschappen te compenseren. Zo zouden we niet enkel fair trade aanmoedigen, maar ook handel in het algemeen eerlijker maken door de perversie te vermijden die ontstaat wanneer fair trade kopers die meer ethisch handelen, daar niet voor worden beloond. We moeten het hen mogelijk  maken te concurreren met andere niet-fair trade kopers van grondstoffen. Het is op dit moment een groot probleem dat we een handelsbeleid aanmoedigen dat verschillende dimensies van duurzaamheid volkomen negeert.

“De macht van de consument is belangrijk om de boodschap dat we het anders willen duidelijk te maken, maar we mogen ons niet tevreden stellen met de juiste keuze die we eens per week maken in de supermarkt.”

Olivier De Schutter

U wees reeds op het belang van coöperaties als politiek instrument, maar hebben wij als consument hierin ook een politieke rol te spelen? Kunnen wij helpen deze situatie rechtvaardiger te maken?

“Goed geïnformeerde consumenten kunnen zeker verantwoorde keuzes maken. Een klein percentage van de mensen koopt fair trade chocolade en koffie. Maar de vraag is hoeveel verschil de keuze van dit kleine aantal maakt. Het gaat slechts over een heel klein deel van de bevolking. En fair trade productie is ook maar voor een kleine groep van producenten in het Zuiden mogelijk. Dus ik denk dat de kracht van de consument wel belangrijk is maar het kan geen vervanging zijn voor politieke actie. Regeringen moeten hierin de leiding nemen en ervoor zorgen dat de wereldmarkt kleine producenten niet tegenwerkt, en dat grote kopers hen een eerlijke prijs betalen. Dus de macht van de consument is belangrijk om de boodschap dat we het anders willen duidelijk te maken, maar we mogen ons niet tevreden stellen met de juiste keuze die we eens per week maken in de supermarkt. We moeten meer mobiliseren en zoeken naar de structurele problemen die achter dit alles schuilen.”

Kunnen wij als consument een invloed hebben op het handelsbeleid van Europa?

“Ik denk dat het zeker mogelijk is. Het probleem is de laatste jaren vooral dat de economische overeenkomsten tussen de Europese Unie en bepaalde Afrikaanse landen de afhankelijkheid van deze landen van de Europese markt nog zal vergroten. Deze overeenkomsten moedigen ook geen diversificatie aan. Ik denk dat het momenteel de foute richting uit gaat. Deze akkoorden zullen Afrikaanse landen helpen om grondstoffen uit te voeren naar Europa maar het zal hen niet helpen om hun economie te diversifiëren, en dat is waar ze echt nood aan hebben. We moeten naar meer lokale voedselsystemen gaan, meer lokaal geproduceerde afgewerkte producten, we moeten de lokale vraag naar lokale producten aanmoedigen. Fair trade coöperaties kunnen dat niet alleen. Europa moet dringend een andere rol gaan spelen bij de organisatie van de handel. Samengevat: het belang van de onafhankelijkheid van landen bij hun voedselproductie is zwaar onderschat, net als van de herlokalisering van voedsel. Het aanmoedigen van deze belangrijke dingen wordt verwaarloosd in vergelijking met het ontwikkelen van de wereldwijde handel in voedsel. Als consument kan je de vraag naar lokaal voedsel aanwakkeren door zoveel mogelijk lokaal geproduceerd voedsel te consumeren.”

 

 

 

Wat vindt u van "Olivier De Schutter"?

Gelieve een comment te schrijven.

Gelieve uw naam in te geven.