Om uw bezoek aan onze website te optimaliseren, gebruiken wij cookies. Door verder te gaan, stemt u daarmee in. Lees meer over het gebruik van cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close

dossier

Slachtoffers van de mode

Twee jaar na Rana Plaza zijn veranderingen in de textielindustrie meer dan ooit nodig

Twee jaar na Rana Plaza zijn veranderingen in de textielindustrie meer dan ooit nodig

Onder gevaarlijke en op uitbuiting gebaseerde arbeidsomstandigheden betalen arbeiders in de ontwikkelingslanden een veel te hoge prijs voor goedkope mode. Ilana Winterstein bij Labour Behind the Label is ervan overtuigd dat we als consumenten allemaal kunnen bijdragen tot een meer eerlijke en duurzame textielindustrie.

Op 24 april 2015 was het precies twee jaar geleden dat het Rana Plaza gebouw in Bangladesh instortte, de meest dodelijke ramp die de wereldwijde textielindustrie ooit kende. 1.134 mensen kwamen om het leven en nog eens duizenden raakten ernstig gewond.

Ilana Winterstein

‘Dit betekent niet dat sommige merken moeten worden geboycot of consumenten schuld moeten bekennen. Het gaat om het besef dat textielarbeiders hun job nodig hebben, maar ook het recht hebben om in veilige omstandigheden te werken en genoeg te verdienen om waardig te leven.’

Ilana Winterstein, Directeur Sensibilisering en Communicatie, Labour Behind the Label

Rana Plaza was een gebouw met acht verdiepingen waarin vijf textielfabrieken gehuisvest waren. De dag vóór de instorting hoorden de arbeiders hard gekraak in de betonstructuur. Velen weigerden aanvankelijk binnen te gaan, maar werden door hun managers met fysiek en verbaal geweld gedwongen. Bovendien dreigden die ermee dat ze één maand loon zouden verliezen. Omdat ze bang waren dat ze hun inkomen zouden verliezen waarop hun gezinnen rekenden, gingen die dag velen werken en bekochten ze dat met hun leven.  Ze maakten de kledij die uiteindelijk werd verkocht in onze betere winkelcentra, voor merken zoals Primark, Benetton, Mango en Matalan.
Bij het schrijven van dit stuk weigeren enkele internationale topmerken die hun waar in het Rana Plaza aankochten, nog steeds om ook maar een euro schadevergoeding te betalen aan de overlevenden en de families van de slachtoffers. Merken zoals Benetton proberen hun verantwoordelijkheid af te wimpelen, hoewel hun labels werden aangetroffen onder de brokstukken die het leven van zo vele duizenden mensen vernietigden. Samen met militante organisaties en vakbonden in Bangladesh en over de hele wereld roepen we die merken al twee jaar op om te betalen zodat gezinnen die momenteel in absolute armoede leven, de draad weer zouden kunnen oppikken. Die merken moeten voor hun verantwoordelijkheid worden gesteld. En de consumenten kunnen en moeten die verandering eisen.
Dit betekent niet dat sommige merken moeten worden geboycot of dat consumenten schuld moeten bekennen. Het gaat om het besef dat textielarbeiders hun job nodig hebben, maar ook het recht hebben om in veilige omstandigheden te werken en genoeg te verdienen om waardig te leven.  Dit zijn fundamentele mensenrechten.

De reële kostprijs van mode

Hoewel de omvang van de ramp in het Rana Plaza ongezien was, zijn gezondheids- en veiligheidsrampen in de textielindustrie helaas niet ongewoon. Vaak breken fabrieksbranden uit in gebouwen met verouderde machines en komen textielarbeiders genadeloos om in fabrieken zonder brandblusapparaten, waarin deuren vergrendeld zijn en metalen balken op de ramen zijn aangebracht om ‘dieven te ontmoedigen’.

“Omdat de merken voortdurend op zoek zijn naar de laagste prijs wordt bespaard op veiligheid en is de menselijke tol bijzonder hoog.”

Ilana Winterstein, Directeur Sensibilisering en Communicatie, Labour Behind the Label

Ondanks de veelbelovende uitspraken op het vlak van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de Public Relations van de grote merken hebben de fabriekseigenaars en de merken die met hen in zee gaan, nog altijd meer oog voor winst dan voor de veiligheid van de arbeiders. Het onverbiddelijke tempo van de mode impliceert dat merken bijna iedere week nieuwe modellen in de etalages willen zien. Fabrieken willen razendsnel grote bestellingen afleveren en doen daarbij vaak een beroep op onderaannemers als de vraag te groot wordt. Daarbij bieden ze hun arbeiders nauwelijks meer aan dan een hongerloon en kortlopende contracten. Omdat de merken voortdurend op zoek zijn naar de laagste prijs wordt bespaard op veiligheid en is de menselijke tol bijzonder hoog.
De veiligheid van de arbeiders moet echter in een ruimer perspectief worden gezien.  Ze is ook gekoppeld aan de nood aan een eerlijk loon. De arbeiders een loon weigeren waarmee ze waardig kunnen leven, een loon dat aan hun basisbehoeften voldoet en hen toelaat om zich medische verzorging te veroorloven en hun kinderen naar school te sturen, betekent ook dat aan de arbeiders levensbelangrijke keuzes worden ontzegd zoals, op die fatale dag, binnengaan in het onveilige Rana Plaza gebouw of niet. Als je hele familie op je loon rekent om te overleven, heb je geen andere keuze dan te gaan werken, ongeacht de omstandigheden. Dit moet veranderen.

Uitbuiting als fundament

De textielindustrie is gebouwd op uitbuiting en ongelijkheid. Aan de ene kant heb je de CEO’s, meestal blanke, mannelijke multimiljonairs, die hun rijkdom halen uit het zweet, de arbeid en, helaas, soms het bloed van jonge vrouwen in landen zoals Bangladesh, Cambodja en India. Ongeveer 80% van de textielarbeiders wereldwijd zijn vrouwen. Velen onder hen hebben nauwelijks onderwijs genoten en hebben weinig of geen arbeidsmogelijkheden. Ze werken 14 tot 16 uur per dag voor een hongerloon en presteren regelmatig overuren om de eindjes aan elkaar te knopen.


In landen waar de economie is gebaseerd op de textielhandel, trekken jonge vrouwen vaak van het platteland naar de steden om er in fabrieken te werken. Omdat ze afhankelijk zijn van dit buitenlands geld zijn regeringen vaak niet bereid om wetten op te leggen die een eerlijk loon bevorderen uit vrees dat de topmerken opstappen en naar goedkopere landen zullen trekken. Fabrieken betalen het nationale minimumloon, maar dit is doorgaans onvoldoende om een waardig leven uit te bouwen.

“Wij zijn allemaal met de textielindustrie verbonden door de kledij die we dragen en dus mogen we meer inspanningen vragen van de merken waaraan we ons geld uitgeven.”

Ilana Winterstein, Directeur Sensibilisering en Communicatie, Labour Behind the Label

Topmerken hebben enorm veel macht en zouden met de fabriekseigenaars moeten samenwerken om de arbeiders een waardig loon te garanderen. De fabriekseigenaars moeten op hun beurt met de lokale vakbonden samenwerken en ervoor zorgen dat de stem van de arbeider wordt gehoord. Bovendien moeten de vrijheid van vereniging en de collectieve overlegrechten worden gerespecteerd zodat de arbeiders hun situatie oprecht kunnen toelichten en op veranderingen kunnen aandringen zonder dat ze moeten vrezen voor represailles.

Een andere manier van werken

Wij zijn allemaal met de textielindustrie verbonden door de kledij die we dragen en dus mogen we meer inspanningen vragen van de merken waaraan we ons geld uitgeven. Steun onze campagnes en laat ook je stem horen. Schrijf ze aan en vraag wat ze concreet doen aan de invoering van een eerlijk loon voor arbeiders in hun leveringsketen. Stuur tweets en eis antwoorden op vragen zoals hoe ze het recht op vrijheid van vereniging garanderen in de fabrieken waarin ze zich bevoorraden. Laat ze weten dat u bezorgd bent om de mensen die uw kledij maken.
Merken zijn verantwoordelijk voor al hun arbeiders en moeten luisteren als consumenten massaal hun stem laten horen. Zo weigerde bijvoorbeeld Matalan aanvankelijk om een dialoog aan te gaan over een schadevergoeding aan de slachtoffers van de ramp in het Rana Plaza; uiteindelijk gaven ze toe en doneerden ze pas aan het fonds na intense campagnes en onder felle publieke druk. Dit bevestigt de behoefte aan en de kracht van collectieve campagnes. Niemand zou in armoede mogen leven ten koste van een goedkoop T-shirt. Samen kunnen we een duurzame en eerlijke textielindustrie tot stand brengen.
www.labourbehindthelabel.org

Tekst: Ilana Winterstein  Foto’s: Gordon Welter

CV
Ilana Winterstein

Ilana is Directeur Sensibilisering en Communicatie bij Labour Behind the Label. Voordat ze lid werd van de ngo, oefende Ilana verschillende functies uit zoals de communicatie voor een nationaal liefdadigheidswerk voor HIV, theateranimator voor dakloze jongeren, verantwoordelijke voor een antivooroordelenprogramma gebaseerd op het vrijwilligerswerk van jongeren, medeverantwoordelijke van een groep vrouwelijke asielzoekers en projectmanager van een tentoonstelling over Cambodja en de Rode Khmer. Ilana is ook freelance schrijver met een theaterachtergrond; ze publiceerde in de New Internationalist, Huffington Post, EcouTerre, en zag haar werk uitgevoerd in theaters over heel het Verenigd Koninkrijk.

Wat vindt u van "Slachtoffers van de mode"?

Gelieve een comment te schrijven.

Gelieve uw naam in te geven.