Om uw bezoek aan onze website te optimaliseren, gebruiken wij cookies. Door verder te gaan, stemt u daarmee in. Lees meer over het gebruik van cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close

Duurzame actualiteit

Zorgsector smeekt om een stabieler investeringsklimaat

Door William Barrault

Door William Barrault

Dat de zorgsector de volgende jaren enkele fundamentele veranderingen te wachten staat, is oud nieuws. Om die uitdagingen te kunnen aangaan moeten zorgondernemers nu investeren. Helaas draagt de structurele onzekerheid over de financiering van zorgprojecten niet bij tot een gunstig investeringsklimaat.

Op 28 april presenteerde federaal minister voor volksgezondheid Maggie De Block haar hervormingsplan voor de financiering van ziekenhuizen (lees ook ons dossier ziekenhuishervorming ). Daarmee ligt een meer concrete visie voor een duurzaam financieel model voor de Belgische ziekenhuizen op tafel. Het maatschappelijk debat, en daarmee ook de vertaling naar concrete plannen, budgetten en deadlines, kan dus van start gaan.

Niet enkel voor de beheerders van ziekenhuizen maar ook voor de financiers van zorgprojecten in het algemeen komt dat hervormingsplan van minister De Block geen dag te vroeg. In zowat alle deelsectoren van de Belgische zorgsector ontbreekt het tot op vandaag namelijk aan een standvastig financieringskader.

Met de 6e staatshervorming zit de organisatie van de zorg in een overgangsfase. De omvangrijke overdacht van ‘zorg’-bevoegdheden naar de deelstaten is een complexe oefening die meerdere jaren in beslag zal nemen. Alleen kunnen de verzorgingsnoden van burgers niet wachten op administratieve doorlooptijden of politieke impasses.

Tekenend zijn de discussies over de hervorming van de infrastructuursubsidies voor zorgprojecten in het kader van het VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden). De Vlaamse regering riep eind 2014 de toekenning van nieuwe subsidies een halt toe. ‘Een tijdelijke maatregel, met mogelijk een definitief karakter’, klonk het toen. Maar hoe ga je daar in 2015 mee om als zorgondernemer die wil investeren in nieuwe infrastructuur? Komen er überhaupt middelen vrij in 2016 of kan ik beter nu al op zoek gaan naar alternatieve oplossingen (lees ook ons artikel ‘het perspectief van een vastgoedinvesteerder’ )? Of: reken ik de verhoogde kosten gewoon door aan de eindgebruiker?

Ook in het Waalse gewest is het onzekerheid troef. Alda Greoli, kabinetchef van Waals minister van onder meer gezondheidszorg Maxime Prévot, schetste ons in april (lees ook het artikel ‘Oser, innover, rassembler: Quelle politique de soins de santé pour la Wallonie?’de bijzonder moeilijke budgettaire oefening na de middelenoverdracht ten zuiden van de taalgrens: “De financieringswet zal de dotatie voor zorg in woonzorgcentra verhogen met maximum 1,3 of 1,4% (afhankelijk van de evolutie van het BBP)  terwijl de zorgkosten in de woonzorgcentra de voorbije 10 jaar met maar liefst 7 tot 8% gestegen zijn, exclusief inflatie.” Duidelijker kan het probleem niet geschetst worden, maar een oplossing is nog niet meteen in zicht.

Het gebrek aan een stabiel kader maakt dat er vandaag een grote behoefte is aan ondernemerschap in de zorgsector. De roep om een vorm van sociaal ondernemerschap klinkt steeds luider, op zoek naar naar creatieve (business-)oplossingen om de maatschappelijke doelstelling te kunnen blijven nastreven. Het stemt me positief regelmatig dit type projecten en ondernemers te ontmoeten en te mogen financieren. Ik verwijs graag naar het voorbeeld van Coupole Bruxelloise de l’Autisme (lees hun verhaal) waarbij enkele ouders van kinderen met autisme 10 jaar lang verbeten op zoek gingen naar middelen voor de bouw van een dag- en nachtopvangcentrum in Brussel. De eerste voorziening voor de opvang van jongeren met autisme in Brussel.

Van dit soort projecten gaat een immense kracht uit. De creativiteit en het doorzettingsvermogen van zulke ondernemers zijn een inspiratiebron voor veel nieuwe projecten. Maar om ons zorgmodel fundamenteel te versterken en te transformeren moeten we de schaal en snelheid van de verandering vergroten. De Copernicaanse revolutie in de zorg heeft dan ook dringend nood aan een aantrekkelijk algemeen investeringskader.

Een interessante schaalbare piste zijn de investeringen in energiebesparende maatregelen. De kennisorganisatie TNO berekende recent nog dat Nederlandse zorgorganisaties jaarlijks 115 miljoen euro op hun energiefactuur kunnen besparen. De provincie Friesland en een regionale zorgverzekeraar maakten al middelen vrij voor steun aan energiebesparende investeringen zoals in lokale ziekenhuizen, woonzorgcentra of voorzieningen voor personen met een handicap.

Ook voor Belgische zorgvoorzieningen is een aanzienlijke besparing op de energiefactuur mogelijk als ze vandaag gericht investeren. Een eenvoudige aanmoediging van de bevoegde overheidsinstanties kan hen op weg helpen naar een aanzienlijke besparing op lange termijn. De extra budgettaire ruimte die daardoor vrijkomt, kan de zorginstelling dan inzetten voor haar kerntaak: kwalitatieve zorg aanbieden.

De komende weken en maanden zullen beleidsmakers hoe dan ook de zorg van de toekomst verder vorm geven: een oefening waarbij ze best een langetermijnperspectief voor ogen hebben, maar waar de hele sector vandaag al in moet investeren.

CV
WILLIAM BARRAULT

William Barrault is Senior Relationship Manager voor de Healthcare sector bij Triodos Bank. Hij coördineert een team van vier experts  in de financiering van ziekenhuizen, woonzorgcentra en assistentiewoningen, voorzieningen voor personen met een beperking en wijkgezondheidscentra.

Contact opnemen met William? Ga naar onze sectorpagina Healthcare.

Wat vindt u van "Zorgsector smeekt om een stabieler investeringsklimaat"?

Gelieve een comment te schrijven.

Gelieve uw naam in te geven.